Je leert Nederlands dat direct toepasbaar is in de dagelijkse praktijk van de fruitteelt. De nadruk ligt op spreken en begrijpen, met specifieke aandacht voor vaktermen, soorten fruit, werkzaamheden en technische begrippen die op het bedrijf worden gebruikt. Je oefent met het begrijpen van werkzaamheden, het stellen van vragen, samenwerken met collega’s en communiceren over veiligheid en kwaliteit. De cursus sluit aan op het taalniveau van de deelnemers en is sterk praktijkgericht.